Hoe start je een gesprek over ongewenste omgangsvormen?

Als je last hebt van ongewenste omgangsvormen, zoals bijvoorbeeld pesten, uitsluiting, discriminatie of intimidatie dan kan het nuttig zijn om dit met de persoon te bespreken die dit veroorzaakt. Misschien is die persoon zich er helemaal niet van bewust. Het bespreken van ongewenste omgangsvormen is niet iets wat je elke dag doet en kan soms spannend zijn. Daarom deze tips over hoe je zo’n gesprek aanpakt.

Op welk moment maak je het bespreekbaar?

In de ideale situatie reageer je direct wanneer het ongewenste gedrag zich voordoet. Alleen gebeurt het best vaak dat je niet in staat bent om direct te reageren. Je bent te overrompeld door wat er gebeurt, of je realiseert je later pas dat het gedrag grensoverschrijdend was. Het is daarom geen enkel punt om er later nog op terug te komen bij de ander. Als je besluit er niet op terug te komen, besef dan dat het gedrag wellicht in stand blijft.

Je kunt er ook voor kiezen om je reactie voor te bereiden, voor een volgende keer, voor als het nog eens gebeurt.

Wat levert het je op?

Door het gesprek aan te gaan met de ander, geef je de ander in ieder geval de gelegenheid om zich bewust te zijn van diens gedrag. Het kan zo maar zijn dat de ander zich helemaal niet bewust is van het effect van zijn/haar/diens gedrag en het graag aanpast wanneer hij/zij/die hoort wat de impact is.

Voorbereiding

Wanneer je het spannend vindt om ongewenste omgangsvormen bespreekbaar te maken, dan kan een goede voorbereiding helpen.

  1. Stel daarbij als eerste voor jezelf vast wat je wilt bereiken met het gesprek. Een doel kan bijvoorbeeld zijn dat je wilt dat de ander stopt met het gedrag dat jij onprettig vindt. Een ander doel zou kunnen zijn dat je excuses wilt van de ander.
  2. Bedenk vervolgens wat je wilt zeggen. Omschrijf daarbij het gedrag van de ander concreet en leg uit wat het effect op jou is geweest. Zorg ervoor dat je het onderscheid tussen gedrag en effect goed gescheiden houdt in het gesprek.
  3. Het is handig om van tevoren te bedenken welke woorden je daarbij gebruikt. Welke woorden zouden het beste ‘binnenkomen bij de ander’ zodat het gesprek ook ècht effect heeft?
  4. Maak vooraf helder voor jezelf wat je van de ander gehoord wilt hebben. Wanneer is het voor jou goed?
  5. Voor sommigen is het ook belangrijk om van tevoren te bedenken hoe je je wilt voelen tijdens en na het gesprek. Ook dat is dan goed om je van tevoren te realiseren.
  6. Bedenk verschillende reacties die de ander kan geven, zodat je jouw reactie daarop weer kunt voorbereiden. Zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat de ander het direct snapt en excuses aanbiedt. Het kan ook gebeuren dat de ander niet inziet wat het effect is van zijn/haar/diens gedrag en helemaal niet van plan is om te veranderen. In dat geval is het fijn om te bedenken hoe je daarop wilt reageren. Bijvoorbeeld door dan aan te geven dat je dit dan graag met je leidinggevende bespreekt omdat je graag wilt dat het ongewenste gedrag stopt.
  7. Zorg dat je in het gesprek duidelijk maakt wat het doel van het gesprek is (bijvoorbeeld dat het gedrag stopt). Wees zo concreet mogelijk in je voorbeelden en leg daarbij uit wat de impact voor jou is.
  8. Stel nu dat het gesprek niet helemaal verloopt zoals je zelf zou willen. Bedenk dan vooraf hoe je het gesprek wilt beëindigen, en of je dan daarbij wilt aangeven dat je er op een ander moment nog op terugkomt. Zo houd je de deur op een kier, en is de kwestie niet daarna afgerond zonder dat het voor jou goed opgelost is.

Hulp

Als je het prettig vindt om het gesprek samen met iemand anders voor te bereiden, dan kun je een collega of je leidinggevende vragen dit te doen. Je kunt ook naar je vertrouwenspersoon gaan, samen bereid je het gesprek dan voor.

In het meest gunstigste geval ga je zèlf het gesprek met de ander aan. Wanneer je samen met iemand anders de andere persoon wilt aanspreken, kan dat voor de ander juist weer onprettig aanvoelen. Mocht je het gesprek in je eentje niet willen of kunnen aangaan, dan kun je eventueel je leidinggevende vragen mee te gaan. Je leidinggevende heeft in dat geval een bemiddelende rol. Je kunt ook vragen de vertrouwenspersoon mee te vragen. Je vertrouwenspersoon is geen bemiddelaar, maar staat naast je in het gesprek ter ondersteuning.

Wil je meer weten?

Wil je meer weten over het omgaan met ongewenste omgangsvormen, of juist het voorkomen ervan? Wij staan je graag bij. We treden op als externe vertrouwenspersoon van veel organisaties, en dragen zo ons steentje bij in het creëren van veilige werkomgevingen. Heb je hierover vragen? Benader mij gerust.